Interview met nieuw bestuurslid Mirjam van Haaren

Door Marije van Beilen

Hi Mirjam, fijn dat we elkaar even kunnen spreken vandaag. Je bent bij ons bestuur gekomen! Hoe heb je ons gevonden?

Een tijdje geleden werd ik benaderd door Rogier, die ik ken van de cursus Hoogbegaafdheid binnen de GGZ, en van Mensa. Hij vroeg of ik het misschien leuk zou vinden om me te voegen bij het bestuur. Het leek me wel een mooi moment om iets te kunnen betekenen voor het kennisnetwerk, omdat ik me juist de komende tijd helemaal onderdompel in dit thema: dit jaar ben ik gestart met de Ritha-opleiding aan de Radboud Universiteit. Ik heb in de loop der jaren veel kennis vergaard over hoogbegaafdheid, maar wilde me nu ook meer verdiepen in wat er op wetenschappelijk vlak eigenlijk allemaal geschreven is.

Ja, eigenlijk heb jij ons niet gevonden, maar wij jou! We zijn natuurlijk blij met jou als arts tussen verder vooral veel psychologen in het bestuur. Kun je iets vertellen over jouw werk als (forensisch) psychiater? Werk je zelf ook met hoogbegaafden?

In mijn werk kom ik zelden in aanraking met hoogbegaafdheid. Ik onderzoek verdachten van ernstige strafbare feiten, onder andere in het Pieter Baan Centrum, en adviseer daarbij de rechtbank. Een belangrijk deel van mijn werk is het verrichten van diagnostiek. Ik kom daarbij van alles tegen. Ik heb (momenteel) geen behandelfunctie, maar in mijn diagnostische onderzoek ben ik wel altijd alert op eventuele misdiagnostiek. Meer in het algemeen is dit natuurlijk belangrijk, maar zeker ook ten aanzien van hoogbegaafdheid.

Je vertelde dat je het weinig tegenkomt, kun je daar meer over vertellen?

De populatie HB’ers in de algemene populatie is natuurlijk al klein, in de bajes nog kleiner. Een groot deel van de gevangenispopulatie heeft juist een intellectuele beperking. Ik heb mezelf natuurlijk vaak de vraag gesteld waarom hoogbegaafdheid weinig voorkomt in de gevangenispopulatie. Vanwege het sterke rechtvaardigheidsgevoel? Omdat ze zich niet laten pakken? Omdat ze grote criminele organisaties leiden en zelf buiten schot blijven? Overigens zeg ik daarmee niet dat dit niet geldt voor de gedetineerden bij wie wel sprake is van hoogbegaafdheid, he? Bij hen is vaak sprake bij bijkomende ernstige psychische problematiek. Voor zover ik daar zicht op heb, want ik zie natuurlijk maar een heel klein gedeelte van alle gedetineerden. En dan zie ik ook nog eens diegenen bij wie al een vermoeden bestaat dat sprake is van een psychische of psychiatrische stoornis. Het zijn vragen die een wetenschappelijk onderzoek waard zijn!

Daarnaast werk ik bij de politie. De politieorganisatie heeft een HB-netwerk. In dat netwerk heb ik regelmatig contact met HB-collega’s, onder andere over hoe en wanneer bijvoorbeeld soms onbenut potentieel beter ingezet kan worden.

Ja, ik zag iets over Bas van Tol voorbij komen, die de Willem Bouwens Impact Awareness Award wint in 2026. Er is een goed georganiseerd HB-netwerk binnen de politie, een voorbeeld van en organisatie die deze werknemers in hun kracht wil zetten. Wat is jouw rol bij de politie?

Zelf werk ik nu zo’n 2,5 jaar binnen een cold caseteam. Ik wilde al langere tijd de kennis en ervaring die ik sinds 2011 in mijn reguliere werk heb opgedaan, breder inzetten. Dat doe ik nu op deze manier. Dan moet je denken aan het opstellen van mogelijke delictscenario’s in een zaak of het vergelijken van een modus operandi in verschillende zaken. Recent mocht ik – bij wijze van pilot - een zaak draaien met een volledig HB-team. Dat was een leerzame ervaring, die nog geëvalueerd moet worden. Zoveel individuen, zoveel verschillen. Dus het is van belang om te kijken hoe juist die verschillende krachten elkaar kunnen versterken.

Binnen de politie heb ik ook een zogenaamde ‘buddy’-rol binnen het HB-netwerk, tezamen met nog een aantal anderen. Daarvan is de bedoeling dat politiecollega’s in het land je laagdrempelig kunnen benaderen om te sparren over HB-kwesties. Vaak zijn mensen er dan net achter gekomen dat ze (mogelijk) hoogbegaafdheid zijn. Niet zelden gaat dit gepaard met een zoektocht naar wat het betekent, voor iemand zelf maar ook in relatie tot bijvoorbeeld een leidinggevende of de werkplek in het algemeen. Het buddyschap heeft geen formele status, maar het heeft wat weg van coaching en bevat zeker ook wel elementen van psychoeducatie. Hoe dan ook, ik vind het een mooi idee dat gelijkgestemde collega’s elkaar kunnen steunen en meedenken, door kennis te delen en/of een stukje met iemand op te lopen in zo’n proces waarin iemand zoekende is.

Hoe ben je op het spoor van hoogbegaafdheid gekomen?

In mijn werk heb ik dus zijdelings te maken met hoogbegaafdheid, in elk geval niet in een behandelrelatie of coachende rol met patiënten. Thuis des te meer. Mijn kinderen kwamen enkele jaren geleden als hoogbegaafd uit de bus. Ik had geen idee, want ‘dat deed ik vroeger ook’, dus ik herkende het niet als ‘anders’. Toen werd ik voor het eerst geconfronteerd met de handelingsverlegenheid vanuit school, het gebrek aan kennis over hoogbegaafdheid. Een schoolwissel met passend onderwijs heeft geholpen voor het welzijn én het leerplezier van mijn kinderen.

En jijzelf? Veel ouders van de huidige generatie kinderen herkennen veel bij zichzelf en laten ook onderzoek doen.

In deze periode kwam ik inderdaad ook achter mijn eigen hoogbegaafdheid. Nadat hoogbegaafdheid was vastgesteld bij mijn kinderen, heb ik mezelf ook laten testen. Doodeng vond ik dat, want “Stel dat ik het helemaal niet was…”. Maar ook ik bleek hoogbegaafd. Er vielen veel dingen op zijn plek, over mezelf maar ook van mezelf in relatie tot mijn omgeving. In de opleiding tot psychiater, maar naar ik heb begrepen van collega’s ook bij de studie psychologie, is er nauwelijks tot geen aandacht voor hoogbegaafdheid. Achteraf heb ik me ook afgevraagd hoe zelfs leertherapie, waarbij je toch in het kader van je opleiding 50 uur zelf in therapie doorbrengt, dit niet aan het licht heeft gebracht. Sommige mensen zeggen dat ze het liever niet hadden geweten; ik wou dat ik het eerder had ontdekt. Ik vind het fijn om te bemerken dat er de laatste jaren steeds meer kennis over en aandacht voor hoogbegaafdheid is. Het gebrek aan kennis over hoogbegaafdheid werkt misdiagnostiek in de hand. Dat is natuurlijk een kwalijke zaak: mensen worden soms jarenlang behandeld voor een diagnose die er niet is met soms zeer negatieve gevolgen, terwijl capaciteiten en kwaliteiten soms juist worden gemist. Ik vind kennisdeling aan en kennisbevordering van vakgenoten, zoals psychologen en psychiaters, daarom heel belangrijk.

Nou, dat kunnen wij beamen. Heel mooi dat je je bij ons bestuur hebt aangesloten!


Volgende
Volgende

Diepte-interview met Perlita Marti