Diepte-interview met Perlita Marti
Perlita Marti
Perlita Marti is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut VGCt binnen haar eigen praktijk, Florisca. Ze biedt hulp o.a. aan hoogbegaafde volwassenen bij wie hun persoonlijkheidsontwikkeling tot problemen leidt in het dagelijks leven. Daarnaast geeft ze online lessen voor de basiscursus Cognitieve Gedragstherapie. Eerder had ze een loopbaan binnen diverse GGZ-instellingen. Ze zag de doelgroepen jeugd en volwassenen met een breed spectrum aan klachten. Ze was op weg naar een registratie als specialist echter stopte uiteindelijk na 3,5 jaar met de opleiding tot klinisch psycholoog/psychotherapeut. Ze verhuisde naar Spanje, waar ze een online praktijk voor behandeling en supervisie startte. Ze kan nu beter invulling geven aan een holistische, transdiagnostische, traumagerichte, systemische en herstelbevorderende werkwijze. Op 9 maart geeft Perlita een webinar over hoogbegaafdheid en persoonlijkheidsproblemen in het kader van de Week van de Hoogbegaafdheid. Kijk op https://www.kennisnetwerkphb.nl/webinars voor meer informatie en inschrijven. Interview door Nicky Kortum, vrijwilliger voor het Kennisnetwerk.
Perlita, waardoor ben je je meer gaan verdiepen in hoogbegaafdheid?
Dat kwam door een privé ervaring. Mijn partner liep terugkerend vast op zijn werk. Ik kon natuurlijk de psycholoog in mijzelf niet uitzetten, dus we hebben samen ook wel echt gesprekken gevoerd. Hoe kunnen we begrijpen wat er nu elke keer opnieuw met jou gebeurt? Want je bent een hele slimme jongen, je bent gemotiveerd. Je hebt sociale vaardigheden. Je hebt kennis. Maar wat maakt dan dat het toch niet past? Een collega zette ons op het spoor van het welbekende boek van James Webb. We zijn dat gaan lezen en toen ging er echt een wereld open. Allemaal puzzelstukken die op hun plek vielen. Het was zowel heel inzichtgevend als ook echt heel emotioneel.
Wat heeft jou vervolgens bewogen om ook beroepsmatig met deze doelgroep aan de slag te gaan?
In het begin was ik eerst natuurlijk vooral op mijn partner gericht, maar vervolgens werkte dat ook als een spiegel richting mezelf. En eigenlijk herkende ik zelf ook heel veel van wat hij meemaakte. Dat moment viel samen in een periode van mijn leven, waarin ik mezelf in mijn werksituatie heel beknot en geremd voelde. Ik had het idee dat mijn manier van denken en voelen en beleven helemaal niet resoneerde met de heersende visie op kwaliteit van behandeling of met wat het management vond of hoe ik mezelf hierin wilde en mocht uiten als opleideling in een afhankelijkheidspositie. Deze samenloop van de omstandigheden dwong me om na te denken. Het was echt een ontwrichtend innerlijk conflict. En ik kon twee kanten op gaan. Of richting aanpassing, of er iets mee gaan doen. Ik koos voor het laatste en stopte met de opleiding tot klinisch psycholoog omdat ik er ziek van werd om op een manier te moeten werken en te leren waar ik niet trouw kon zijn aan mezelf. Ik bereikte een point of no return. Dit “uit elkaar vallen” van de persoon die ik zelf dacht ook te moeten zijn, en vervolgens wel naar mijn eigen waarden te gaan handelen, heeft geleid tot een veel authentiekere en gelukkigere versie van mezelf. Door levenskeuzes te durven maken die bij mij passen, tegen de stroom of verwachting in. Ik heb zelf dus door een flinke persoonlijke crisis een proces van positieve desintegratie doorgemaakt en daarom is het een wens van mij dat ook anderen die vastzitten, dit kunnen meemaken. En ik moet zeggen, ik was eerst heel bleu hoor. In al mijn opleiding had ik nog nooit iets over hoogbegaafden en de GGZ geleerd. Dus mijn beeldvorming bestond uit het clichébeeld van wonderkinderen van 5 jaar die al heel goed piano konden spelen. Maar inmiddels heb ik extra bezieling in mijn werk als psycholoog gevonden om juist ook deze doelgroep, waar echt te weinig aanbod voor is, te kunnen helpen.
Hoe heb je je kennis opgedaan?
Ik ben veel gaan lezen: boeken, artikelen, webinars kijken, en heb mijn eigen kennis bij elkaar gezocht. Daarna ben ik mezelf kenbaar gaan maken op websites, zoals het kennisnetwerk psychiatrie en hoogbegaafdheid en het IHBV. Op die manier wisten steeds meer mensen mij te vinden. En daardoor ben ik nu de afgelopen jaren dus in de sector van hulp aan hoogbegaafden met psychische klachten terecht gekomen. Het grootste deel van mijn caseload bestaat uit mensen die al lang worstelen met zichzelf, en met het leven.
Je werkt dus voor wat betreft hoogbegaafden ook met specifieke problematiek. Wat vind jij daar leuk aan?
Het doet een beroep op wat ik zelf als mens belangrijk vind. Verbinding, autonomie, persoonlijke ontwikkeling… bezig zijn met vraagstukken over wat er nu echt toe doet. Wat is nu echt belangrijk voor mij? Wat heb ik nodig om tot mijn recht te komen? Wat heb ik nodig om kwaliteit van leven te bereiken? Wat heb ik nodig om bepaalde doelen te verwezenlijken? Tot zelfrealisatie te komen? Ik ben groot fan van het concept positieve desintegratie waarin dit uitgebreid beschreven staat!
Is het werken met hoogbegaafden in de GGZ echt anders?
Nou ja, we weten natuurlijk al dat hoogbegaafdheid geen psychiatrische stoornis is. Maar wanneer hoogbegaafden zich met klachten melden, dan zijn ze niet altijd zo makkelijk in een hokje te plaatsen. Het kan dan ook wel een hele zoektocht zijn naar wat er aan de hand is en hoe je het noemt. Ik spreek heel veel hoogbegaafden die eerder al behandelingen ergens anders hebben gehad. En dan vertellen ze me allemaal dat ze te horen kregen: “Het is niet echt ADHD. Je hebt ook geen echte PTSS. Het is ook niet een bepaalde angststoornis, en je hebt ook niet een persoonlijkheidsstoornis. Dus we kunnen je eigenlijk niet goed kwijt”. Standaardprotocollen sluiten in ieder geval niet goed aan. Je moet op maat gaan werken, gepersonaliseerd gaan werken.
Wat vraagt dat van een behandelaar?
Hoogbegaafden zijn kritisch: zij willen meedenken, stellen veel vragen. Ze willen een behandeling die inhoudelijk goed onderbouwd kan worden, dat je als behandelaar steeds weet uit te leggen: wat doen we en waarom eigenlijk? De wat meer onzekere therapeuten kunnen hierdoor heel erg in hun onzekerheid getriggerd worden, of kunnen dat als kritiek of als betweterigheid gaan opvatten. Hoogbegaafden hebben in mijn ervaring een zeer gelijkwaardige rolverdeling nodig. Dat is lastig voor therapeuten die behoefte hebben om in een expertrol te zitten. Begaafden kunnen dan onterecht als narcistisch worden gelabeld. Als je zelf niet hoogbegaafd bent is het heel erg logisch dat je gewend bent in bepaalde vaste systemen en bepaalde structuren te denken, want zo zijn we allemaal opgeleid. Maar veel hoogbegaafden kunnen niet zoveel met die strikte werkwijze. En het is daardoor ook invoelbaar dat je dan echt niet uit de voeten kan met zo'n lastige, ongrijpbare, hele intense hoogbegaafde die mogelijk van je vraagt om van je vaste pad af te wijken.
Wat zijn valkuilen in de therapie? Waar moet je op letten?
Een grote valkuil is ervan uitgaan dat hoogbegaafden gezien hun intelligentie hun eigen problemen wel zelf kunnen oplossen. Dat zij zich prima “uit hun probleem kunnen denken”. Ik heb gemerkt dat je bij hoogbegaafden helemaal niet zo in dat cognitieve moet gaan zitten. Daar zijn hoogbegaafden juist al hartstikke goed in en je versterkt zo alleen maar die cognitieve overdrive. Contact maken tussen dat prachtige hoofd en lijf, contact maken met het gevoel, daar bereik je veel meer mee. Dus veel meer experiëntieel gaan werken, en liefst ook traumasensitief, ook voor wat er nodig is in de therapeutische relatie. Hoogbegaafden hopen soms eenzelfde mentale complexiteit bij hun behandelaar te vinden, die je als behandelaar vervolgens helemaal niet waar kan maken. Voor een hoogbegaafde is dat opnieuw een negatieve ervaring. Het vormt een herhaling in het weer niet begrepen, weer niet gezien worden. En deze keer betreft het een professional die ervoor geleerd heeft. Voor zowel de therapeut als voor de hulpvrager kan zo’n interactie leiden tot demoralisatie. Dat is toch het tegenovergestelde van wat je allebei wil bereiken?
Wat werkt in jouw ervaring beter?
Ik denk dat het vooral om je houding en mentaliteit als behandelaar gaat. Je moet echt nieuwsgierig zijn naar wie je voor je hebt. Durf die gelijkwaardigheid aan te gaan, wees transparant, laat je eigen authenticiteit zien.Hoogbegaafden vinden het heel prettig en zelfs ook belangrijk dat jij als mens aanwezig bent in het gesprek. Het gaat vooral over het scheppen van een bepaalde context en uit een soort expertrol durven stappen. Als mens echt authentiek aanwezig durven zijn in het contact met die ander. Ik denk dat het helpt als je kan loslaten dat een behandeling volgens het normale verwachtingspatroon moet verlopen. Durf te versnellen, te vertragen, en creatief te zijn. Door die houding ben je al heel voorwaardenscheppend aanwezig, want hoogbegaafden kunnen zelf ontzettend veel. Zij hebben een ontzettend groot ontwikkelingspotentieel als je ze op een passende manier weet te benaderen. Het is niet nodig om allemaal ingewikkelde technieken te leren. Het basisarsenaal aan behandeltechnieken is niet heel anders.
Hoe kijk jij naar hoogbegaafden met persoonlijkheidsproblemen? Is dat dan toch weer anders dan “gewone” hoogbegaafden?
Hoogbegaafden kunnen in hun levensloop veel situaties tegenkomen waar zij een mismatch ervaren. Op school, binnen het gezin, in hun vriendenkring, tijdens hun studie, of op het werk, enzovoort. Als dat elke keer terugkerend gebeurt, dan is het niet zo raar dat sommige hoogbegaafden in hun persoonlijkheidsontwikkeling een type opvattingen ontwikkelen die je bij persoonlijkheidsproblemen verwacht. Het gaat dan over diepgewortelde overtuigingen en schema's over jezelf over anderen en over de wereld. Over structurele emotionele verwaarlozing door onvervulde basisbehoeften. Klachten of gedrag zijn dan goed te begrijpen vanuit hun ontwikkelingsgeschiedenis. Een stoornislabel moet je er niet opplakken, vind ik.
Wanneer begin jij dan toch meer richting psychiatrie of stoornisniveau te denken?
Daar heb ik zelf nog lang niet alle antwoorden op. Wanneer iets nou überhaupt een stoornis is. Alles wat wij “niet normaal” of “niet gezond” of “gestoord” noemen is uiteindelijk een manifestatie van een bepaald uiterste op een spectrum van de diversiteit aan menselijke ervaringen. Zelf spreek ik dus liever niet in termen van wanneer iets een psychiatrische stoornis is. Ik kijk meer naar achtergrond, zorgzwaarte en zorgbehoefte en wat de reden is om op te schakelen. Dus, wat is er gebeurd, hoe gaat het nu met je, hoe kunnen we dat begrijpen en wat heb je nu nodig? Ik zou zeggen, kijk meer op spectrumniveau en verval niet in pathologiseren van diversiteit. Bij een doelgroep waarbij nog onvoldoende kennis is verzameld, laat staan dat er een wetenschappelijke basis is gevormd, is deze benadering veel zinniger.
Waar kan je je therapie op richten?
De therapeutische relatie is sowieso belangrijk, maar zeker bij de hoogbegaafde met persoonlijkheidsproblemen is het een voorwaardenscheppend middel om tot persoonlijke ontwikkeling te kunnen komen. Verder is een traumagerichte benadering in mijn ervaring echt essentieel. Het is dan niet alleen een traumabehandeling van de stukken waarin iemand is tekortgedaan in de basisbehoeften, maar het aangaan van een interpersoonlijk proces om tot heling te kunnen komen. Ik denk dat je zeker ook authenticiteitsvragen aan bod moet laten komen: durf je trouw te zijn aan jezelf en aan jouw behoeften, aan jouw normen, los van wat je omgeving van jou verwacht. Omdat dat het pad is in mijn optiek, om te kunnen floreren in het leven. Hoe dat er voor jou uitziet hoeft niet hetzelfde te zijn als dat van je buurman of je tante. Het gaat er dan vooral om dat je de hoogbegaafde in dat exploratieproces helpt om daar eigen woorden aan te geven en eigen vormen voor te vinden. Als dat lukt, kan je veel moois bereiken!