Ervaringsverhalen van hoogbegaafden in de GGZ

We horen regelmatig dat hoogbegaafden die psychische klachten hebben en daarmee terechtkomen in de GGZ, uiteenlopende belevingen opdoen. Vanuit het LKPHB hebben we een oproep gedaan om diverse soorten ervaringen met ons te delen. We wilden hiermee expliciet een keer niet vanuit het perspectief van professionals spreken, maar hoogbegaafden zelf aan het woord laten, om zowel andere hoogbegaafden als professionals die met deze doelgroep werken van ervaringsgerichte kennis te voorzien. 

De vijf reacties die zijn binnengekomen zijn geanonimiseerd en hier en daar geparafraseerd ten behoeve van de leesbaarheid. De volgorde van de reacties is elke keer anders, om eventuele herkenbaarheid te verkleinen. Alle deelnemers hebben akkoord gegeven voor het delen van deze informatie. We willen hen hartelijk danken voor hun medewerking en openheid.

De reacties zijn ingedeeld in acht thema’s:

  1. De rol die hoogbegaafdheid heeft gespeeld in de ontwikkeling of de beleving van de klachten.

  2. Ervaringen in het zoeken en vinden van specifieke hulpverlening bij HB.

  3. Aandacht voor HB tijdens de intake of in een diagnostische fase. 

  4. Het expliciet meenemen van HB tijdens de behandeling door de hulpverlener.

  5. De ervaringen en effecten van of een hulpverlener zelf ook HB is of niet.

  6. De HB-aspecten die een rol hebben gespeeld bij het beleven, het beloop en het resultaat van de behandeling.

  7. Het advies aan hoogbegaafde cliënten die GGZ-hulp zoeken.

  8. Het advies aan GGZ-behandelaren die met hoogbegaafden werken.

Het is een kleine maar zeer informatieve greep uit het hele rijke tapijt aan ervaringen van hoogbegaafden die niet allemaal in dit document gerepresenteerd worden. We hopen desalniettemin met deze selectie bij te dragen aan gevoelens van herkenning, erkenning, meer bewustzijn en inzicht voor en over hoogbegaafden binnen de GGZ, om de hulpverlening aan hoogbegaafden met psychische klachten te kunnen verbeteren.

Namens het bestuur,

Perlita Marti

*****

1.In de rol die hoogbegaafdheid heeft gespeeld in de ontwikkeling of de beleving van de klachten wordt genoemd het anders waarnemen, voelen en denken, waardoor meer gevoeligheid is voor het ontstaan van klachten en/of het risico op onbegrip van de omgeving en daardoor gevoelens van eenzaamheid. Intelligentie wordt ook genoemd als factor in hoe intens of complex de klacht kan verworden door er intens en diepgaand over te kunnen nadenken. Hoogbegaafdheid wordt ook ervaren als motor achter lang door kunnen gaan, waardoor klachten groter worden.

“Als kind voelde ik me altijd al anders. Mijn brein werkt anders dan gemiddeld. Prikkels komen anders binnen, worden anders verwerkt. Ik denk dat ik een zenuwstelsel heb dat gevoeliger reageert dan gemiddeld.”

“Mijn hoogbegaafdheid heeft ervoor gezorgd dat ik de wereld anders ervaar dan de meeste mensen, maar niet begreep waarom. Ik had het idee dat anderen mij niet begrijpen en dus ook niet zouden kunnen helpen. Dat ik nou eenmaal te anders ben voor deze wereld en het daar maar mee moet doen. Dat ik gepest en gediscrimineerd werd vanwege mijn intelligentie en hooggevoeligheid, maar ook vanwege mijn buitenlandse afkomst, heeft zijn sporen nagelaten. Bovendien kreeg ik daar geen uitleg en woorden voor (want: emotionele verwaarlozing), dus voelde ik me angstig en naïef. Dat maakte me eenzaam en vermijdend.”

“Intelligentie is een belangrijk element van wie ik ben; het zit overal in verweven. Snel en complex denken hebben doorgewerkt in mijn klachten, doordat ik oneindig veel dimensies tegen elkaar af kon wegen en ingewikkelde berekeningen kon maken tav. mijn eetproblemen. Ook droeg het bij aan het goed kunnen verbergen van de problematiek.”

“Ik denk dat mijn hoogbegaafdheid deels onderdeel is geweest van het ontstaan van klachten (tekorten in ontwikkeling) en deze heeft uitvergroot (traumagerelateerde klachten) en tegelijk heeft gezorgd dat ik heel lang door heb kunnen gaan.”

*****

2. Als ervaringen in het zoeken en vinden van specifieke hulpverlening bij HB worden genoemd de moeite met het vinden van gepaste hulpverlening, en/of die vervolgens vergoed wordt. Ook is (zelfhulp-)literatuur aangewend.

“De laatste keer heb ik zelf informatie gevonden bij IHBV en literatuur van o.a. Noks Nauta.“

“In het zoeken naar een psycholoog met kennis van HB liep ik tegen twee problemen aan: wachttijden en reisafstanden. Ik blijf er ambivalente gevoelens bij houden: ergens was er ook een wens om in de ‘normale’ hokjes en vakjes te passen en bij een ‘gewone’ zorgverlener terecht te kunnen, dus ook hierin durf ik ervoor uit te komen dat ik andere/specifieke behoeften heb. Daarnaast blijf ik regelmatig tegen een gevoel van onbegrip aanlopen en vraag ik mezelf ook af of ik mezelf niet tekort heb gedaan.”

“Het viel mij op dat veel behandelaren met kennis van HB ongecontracteerd werken. Hoewel ik dat vanuit hun perspectief kan begrijpen, geeft het me ook het gevoel ‘je uitzonderlijke behoeften komen met een prijs’ en raakt het aan mijn rechtvaardigheidsgevoel: als ik wil krijgen wat ik nodig heb (een zorgverlener met kennis van HB), dan moet ik daar een hoge prijs voor betalen, waarbij er voor een niet-HB-er meer opties voor vergoede zorg zijn.”

“Het is moeilijk om gepaste begeleiding te vinden. Psychologen, psychiaters of therapeuten met kennis en ervaring met HB zijn schaars, erg duur en hebben vaak wachtlijsten of zelfs volledige patiëntenstops. Een van de vele psychologen in mijn traject opperde zelf om een therapeut/psycholoog te vinden met meer ervaring met HB, maar daar botste ik op die wachtlijsten, patiëntenstops en zelfs gewoon geen antwoorden op mijn berichten en telefoons.”

*****

3. Op de vraag of tijdens de intake of in een diagnostische fase aandacht is geweest voor HB, komen vooral voorbeelden van de beperkte aandacht hiervoor naar voren, of het juist willen toewerken naar een andere classificatie. Gelukkig is er ook een positieve ervaring met de screening op HB.

“Er was tijdens de intake niet expliciet aandacht voor. Wel kwam er regelmatig de opmerking dat ik snel ging, heel analytisch dacht, en dat niet elke therapeut daarmee overweg kon. Ik ben op diverse andere plekken nog geweest, onder andere voor differentiaaldiagnostiek. Ik heb het op die plekken wel genoemd, maar het speelde geen hoofdrol. Ik kreeg gelijk de vraag of dat wel officieel was vastgesteld of dat ik dat zelf zo had bedacht.”

“Bij intake is er geen aandacht voor geweest. Ik wilde ook niet speciaal overkomen, of was liever gezegd bang dat de zorgverlener me veeleisend zou vinden.”

“Ik heb trajecten bij meer dan tien psychologen, therapeuten, coaches, crisisbegeleiding … gehad. Pas bij de hulpverleners die ik de laatste jaren zag, werd mijn vermoeden dat ik (U)HB ben ook gezien en (soms) erkend. Mijn huisarts noteerde dit bijvoorbeeld pas vorig jaar in mijn medisch dossier, maar in de crisisbegeleiding is dit nooit opgenomen.” 

“Mijn positieve ervaring ermee is dat ik voorafgaand aan hulpverlening niet wist dat ik hoogbegaafd ben. Tijdens het intakegesprek vroeg de psycholoog ernaar en adviseerde ze mij om naar de HB-criteria van het IHBV te kijken. Daar herkende ik mij ontzettend in. Er vielen toen al veel kwartjes en het gaf mij ook het vertrouwen dat ik bij deze ggz-instelling goed geholpen zou gaan worden.”

“Jaren geleden wel een goede psycholoog gekregen, zodoende kreeg ik een IQ-test en werd ik Mensa-lid. Bij die psycholoog werd eerst naar de persoon gekeken en niet naar het label. Op een later moment bij een nieuwe hulpvraag kwam ik terecht bij een psycholoog, die eerder bij Centrum voor Autisme had gewerkt. Dus viel ik snel in die categorie en werd ik naar het bewuste centrum gestuurd. Dan zit je in die flow. Eerdere IQ-score van 145 werd genegeerd en ik werd onder PDDNOS geplaatst. Ik voelde direct dat er van hun specialisme werd uitgegaan en dus werd gezocht naar alle factoren om mij maar het label autisme te kunnen geven. Heb toen gezegd dat ik niet om een label kwam vragen, maar om duidelijkheid rondom mijn situatie en adviezen voor een oplossing.”

*****

4.Over het expliciet meenemen van HB tijdens de behandeling, zijn er uiteenlopende ervaringen.

“Mijn HB werd volkomen genegeerd. Kreeg zelfs te horen dat ik moeilijke woorden gebruikte, terwijl ik zelf in de zorg heb gewerkt en weet waarover ik het heb. Ik kreeg trainingen en therapie i.v.m. een andere diagnose. Daarbij kwam ik regelmatig in conflict, omdat het ook nog eens op een laag IQ was ingesteld. Als HB wel was meegenomen, zouden de gesprekken meer op mijn persoonlijke situatie betrokken zijn.”

“Tijdens mijn behandeling was er zeker aandacht voor mijn HB. Dit heeft een positieve bijdrage gehad aan mijn behandelproces en behandelresultaat.”

“Ik ben uiteindelijk bij hulpverleners geweest die zelf ervaring hadden in (een deel van) mijn specifieke psychologische problematiek. Binnen dat team is gezocht naar iemand die bij me paste, onder andere hoe goed deze persoon kon meedraaien in mijn denkwijze (/snelheid etc.).” 

*****

5.Over de voordelen van een hulpverlener die zelf ook HB is, zijn er zowel positieve als relativerende ervaringen.

“Het is geen harde eis dat een therapeut zelf ook hoogbegaafd is, maar ik heb wel gemerkt dat therapeuten die niet goed mee kunnen, eigenlijk alleen maar elke vorm van hulp vertragen en alleen maar extra frustratie opleveren. Daarmee bedoel ik: de meeste hoogbegaafden hebben een begaafde bubbel, soms hoogbegaafde bubbel. Dat is natuurlijk niet voor niets. Mijn ervaring is dat behandelaren die daar ver vandaan zitten gewoon moeite hebben met hulp verlenen aan een hoogbegaafd persoon. Mijn therapeutische relaties waren beter geweest als het aan beide zijden minder energie had gekost hoe de therapeut in kwestie met enige regelmaat 'overweldigd' was.“

“Ik ben multidisciplinair behandeld, waarbij meerdere behandelaren zelf hoogbegaafd of anderszins neurodivergent waren. Met deze mensen had ik een natuurlijke klik: de communicatie en het wederzijdse begrip verliepen vanzelf soepeler dan met mijn niet-hoogbegaafde/neurodivergente behandelaren. Daardoor voelde ik me snel veilig en kon ik me ook makkelijker openstellen, zodat ik ook diepere trauma’s heb kunnen verwerken binnen de beperkte tijd die we hadden. Ook dienden zij voor mij als rolmodel: waar ik voorheen het beeld had dat hoogbegaafde mensen “rare buitenbeentjes” waren, lieten zij mij zien dat het juist ook hele leuke, “gewone” mensen zijn. Het heeft mij echt geholpen om mijn beleving te kunnen normaliseren en valideren. Ik heb nare dingen meegemaakt en die hebben echt complex trauma veroorzaakt; ik stelde me dus niet aan. Ik ben bovengemiddeld gevoelig en heb hier dus last van. Het heeft mij geholpen dat ik zo analytisch ben en goed kan voelen (nu ik dat inmiddels geleerd heb). Ik kan daardoor goed aangeven hoe dingen voelen en wat ik nodig heb. En dat dat dus best anders mag zijn dan gemiddeld, omdat ik nou eenmaal niet zo gemiddeld ben.”

“Mijn psycholoog met expertise in UHB is zelf ook UHB. Bij haar voelde ik me wel erkend in mijn (U)HB, de ervaring en beleving van mijn klachten, het inzicht dat ik in mezelf en mijn omgeving heb. Mijn belevingen werden niet in vraag gesteld of vreemd bevonden; mijn autonomie en zelfkennis werden gerespecteerd en ik kon zelf mee sturen welke richting het proces uitging. Maar het is niet omdat een hulpverlener kennis/ervaring heeft of zelf (U)HB is, dat er ook op andere vlakken een klik is die het proces kan laten werken. Het is in mijn behandelproces alsnog misgegaan om andere redenen.”

“Een traject met een zorgverlener die zelf HB is of uitgebreide kennis heeft van HB was denk ik makkelijker geweest. Tegelijk kan ik nu ook meer thema’s herkennen waar ik met anderen, bijv. op het werk, ook tegenaan loop en de behandeling als een oefentuin zien om weer in verbinding met mezelf te komen en te ontdekken hoe ik authentieker in het contact kan zijn. Meestal kan ik therapie nu zien als een oefenplek voor dingen waar ik ook in het gewone leven tegenaan loop, zoals verwarring en zelftwijfel door een mismatch in visie of belevingswereld. Ik probeer nu de behandeling en therapeutische relatie ook als oefenplek te zien om de verwarring en zelftwijfel te leren opmerken en als gelegenheid te zien om contact met mezelf te maken: wat voel ik, wat zijn mijn gedachten en inzichten en durf ik dat in het contact te brengen?”

*****

6.Dit is wat genoemd wordt aan HB-aspecten die een rol hebben gespeeld bij het beleven, het beloop en het resultaat van de behandeling

“Ik denk snel en ver vooruit. Ik zoek zelf veel info op en reflecteer veel over mezelf en mijn omgeving. Als cliënt/patiënt word je geacht niet zelf na te denken, klachten en symptomen te hebben en te ervaren zoals in de opleiding geleerd werd, vooral geen vragen te stellen en de behandeling gewoon te ondergaan zoals voorgesteld en voorgeschreven wordt. We worden gezien als ‘de lastige patiënten’ als we kritische vragen hebben over behandeling en traject. Ik pas niet in een stappenplan of behandeling volgens het boekje, hoe graag ik het ook zou willen en geholpen wil worden. Ik wil zelf weten en mee bepalen welke richting het traject uitgaat, hoe bepaalde behandelingen en/of medicatie exact werken, waarom wat nodig is, maar dat wordt in mijn ervaring vaak niet geapprecieerd door behandelaren. Ik reageer ook bijzonder gevoelig op medicatie en wil die dan ook vaak niet nemen als ik niet weet hoe die werkt en waarom ik die het beste zou nemen en wat het effect op me gaat zijn. Er is een grote spreidstand tussen ‘je moet alleen maar een behandeling starten als je er ook zelf helemaal achter staat’ en ‘er is veel weerstand, je weigert therapie’.”

“Mijn klachten werden vaak niet serieus genomen, weggewuifd als overdreven of self-fulfilling prophecy. In mijn ver vooruitdenken werd ik bestempeld als een doemdenker. Ik reageerde vaak niet ‘volgens het boekje’ of zoals ze geleerd hadden in hun opleiding. Er werd niet goed geluisterd naar me. Ik voelde me steeds dom, vreemd, anders, fout. Als ik het gevoel heb dat een hulpverlener me niet ziet of niet begrijpt, ga ik maskeren en doen alsof alles in orde is. In mijn ervaring raak ik zo het makkelijkst weg in een voor mij onveilige en niet helpende situatie. Maar daardoor staat er wel in verslagen dat ik therapie weiger en zelf stopzet, terwijl ik niet liever wil dan een passende hulpverlener vinden. Daarnaast krijg ik het gevoel dat ik er niet toe doe, en dat heeft een weerslag op heel mijn functioneren. Ik ben zelf heel teleurgesteld in mijn zoektocht naar gepaste hulp in de GGZ en gezondheidszorg in het algemeen.” 

“In mijn ervaring komt het soms tot een machtsstrijd wanneer kritische vragen gesteld worden of aangegeven wordt wat er nodig is, en daardoor ego’s van behandelaren gekrenkt worden, en reacties van een behandelaar een stevige negatieve indruk kunnen achterlaten. Het is moeilijk om je veilig te voelen in die setting als je kan voelen dat de behandelaar geïntimideerd is door je intelligentie. Uitspraken als ‘ja, maar dat is wel heel uitzonderlijk’ van een behandelaar zijn absurd en slaan nergens op, want ons brein is ook uitzonderlijk als je het vergelijkt met gemiddelden. Ook het hokjesdenken als ‘zoek een HB-therapeut om aan je HB te werken en al de rest kan in deze therapie wel aan bod komen’ is te gek voor woorden. Moesten we het HB zijn van tijd tot tijd kunnen uitschakelen, zouden we niet zo vastlopen.”

“Een behandelaar die openstaat voor inbreng van ideeën en het bespreken van de therapeutische relatie is voor mij wel belangrijk geweest. Er blijven echter regelmatig momenten in het therapeutisch proces waarin ik voor mijn gevoel op een ander spoor zit dan de (niet-HB-)behandelaar en andersom, waardoor ik me onbegrepen voel. Ik denk dat dat voor ons beiden tot frustratie of machteloosheid leidt. De intenties zijn goed, maar je vindt elkaar toch niet vanzelfsprekend. Dat vraagt ook weer extra alertheid op ‘begrijpen we elkaar nog’, waardoor er mogelijk soms minder ontspanning in het contact is voor mij. Mijn behandelaar staat altijd open voor eigen inbreng. Ik denk wel dat ikzelf daarin nog meer terughoudend ben dan ik zou willen zijn, uit angst de betweter te zijn. Ik blijf daarin een spagaat voelen tussen niet betweterig over willen komen en opkomen voor mezelf.”

“Ik vind het lastig dat inhoudelijke vragen die ik heb soms worden opgevat als vermijding of bescherming, waardoor de vraag niet beantwoord wordt. Ik vind het ook lastig uitleggen aan een behandelaar dat júist als ik het inhoudelijk snap en erachter sta, ik ook met meer motivatie aan de slag ga. Voor mij voelt de therapeutische relatie vaak als ongelijkwaardig, ik blijf daar moeite mee hebben en daardoor blijven denk ik bepaalde patronen in het behandelproces ook in stand.”

“Een behandelvoorstel voor groepstherapie heb ik om meerdere redenen geweigerd. Ik blijf me ook afvragen of HB-ers goed in zo’n groep zouden passen. En er zijn soms wel exclusiecriteria op basis van een lager IQ, maar andersom ben ik hem niet tegengekomen (in online beschrijvingen bijv.).”

“Wat ik lastig vind, is een continue spagaat voelen in dingen opmerken, soms ‘verder’ zijn dan de behandelaar, en die willen bespreken. En dat ik dan tegelijk bang ben om als betweter of te veel te worden gezien, waardoor ik me terugtrek. Wanneer bespreek je dat wel/niet, hoe ga je om met de frustratie van dat je al iets ‘ziet’ en de ander daar nog niet is, daar anders tegenaan kijkt? Het schipperen tussen aansluiting houden en jezelf kunnen zijn. Kortom, ik denk eigenlijk: hoe vind en behoud je je authenticiteit als hoogbegaafde?” 

“Andere terugkerende thema’s voor mij zijn: wat zijn kenmerken (nature) van hoogbegaafdheid en wat zijn (vroege) copingsmechanismen? Bijv. kritische vragen stellen, intense emoties. Als kritische vragen stellen bijv. wordt gezien als wantrouwend of controlerend, en mij dat raakt, omdat het voor mijn gevoel een deel van mijn ‘zijn’ is, wordt de reactie ook weer als intens en emotieregulatieproblematiek gezien, waardoor je in een vicieuze cirkel zit en bevestiging van er is iets mis met mijn ‘zijn’. Ik denk dat traumatische ervaringen me extra gevoelig hebben gemaakt en andersom dat mijn gevoeligheid ervaringen weer sneller traumatisch maakt, dat wordt een soort wirwar en vicieuze cirkel waar het moeilijk uit te komen is.”

“Qua behandeltechnieken is het voor mij bij EMDR erg zoeken geweest naar voldoende werkgeheugenbelasting en uiteindelijk bleek affect-focused EMDR voor mijn gevoel effectiever.”

“Wat ik heb gemist, is dat het vaak wordt afgedaan als ‘zo, dat ging snel, je zit te veel in je hoofd, je denkt te snel, je benadert het te analytisch, je bent niet in contact met je gevoel’, waarmee dan een heel proces in je hoofd afgesloten zou moeten worden. Het is zinvoller (volgens mij) om er ook een tijdje in mee te rennen en tussendoor af en toe te zeggen: ‘Draven we nu niet een beetje door’. Het voelt alsof een heel stuk wordt weggeparkeerd.“ 

“Ik heb vaak te horen gekregen dat ik zo’n ongelooflijk bijzonder geval ben. Iets wat zelden prettig is, al helemaal als het dan geen vervolg meer heeft.”

“Complexe dingen zijn voor mij vaak simpel, maar simpele dingen juist complex. Zo moest ik in het begin van mijn traject een signaleringsplan maken. Het standaardformaat werkte echter niet voor mij, dus ik had tussen 2 sessies een complexere versie gemaakt – die echter door tijdgebrek nog niet helemaal af was en ik dus nog niet kon “verdedigen”. Want dit was toch echt niet de bedoeling: dat ik in mijn eentje aan het werken was aan iets wat niet in hun format paste. Uiteindelijk hebben we maar besloten om het erbij te laten, omdat ik duidelijk de nodige kennis al had en ik weigerde tijd en energie te steken in iets wat mij niet ging helpen. Dat schijnt ook een HB-trekje te zijn ;-). Wat ik nog wel eens lastig vond, is dat van die typische HB-kenmerken als ‘de lat hoog leggen’ snel als TE perfectionistisch werden bestempeld. Of dat de diepe verwerking werd gezien als piekeren, terwijl dat toch echt iets anders is. En dat er dan werd geprobeerd om dit als irrationele gedachten te zien die omgebogen moesten worden met technieken als CGT/RET.”

“Naast alle struggles die ik tegenkom in de behandeling ben ik vooral heel erg dankbaar voor alle inzet, openheid en oneindige steun van mijn behandelaar. Ik hoop dat er begrip is dat kritische vragen en processen die anders lopen niet altijd ‘niet goed’ betekenen en niet betekenen dat ik ontevreden ben, maar dat dat heel goed voor mij naast elkaar kan bestaan.”

*****

7.Het advies aan hoogbegaafde cliënten die GGZ-hulp zoeken is vrij eenduidig: zoek gericht, kom op voor je behoeften en neem je gevoelens serieus.

“Vraag vooraf, bij de huisarts al, of doorverwijzing naar een deskundige op HB mogelijk is. En laat HB duidelijk vermelden in de verwijsbrief. Bij intake duidelijk vragen naar ervaring met HB.”

“Zorg dat je binnen ~2 sessies een klik hebt met je hulpverlener. Heb je dat niet, zoek dan verder, want er is altijd wel iemand die bij je past. En die klik, dat kan van alles zijn. Een ervaringsdeskundige, eenzelfde type persoon of IQ, iemand waarmee je humor deelt, dat maakt niet uit, wat er dan ook belangrijk voor jou is. Maar kies voor jezelf bij die keuze en klik met de hulpverlener. Maak je geen zorgen over op iemands tenen staan/afwijzen, of arrogant overkomen als de ander te langzaam is.“

“Als je geen goed gevoel hebt bij een behandelaar, zoek een andere. De kans dat deze behandelaar je meer kwaad dan goed doet, is groot, en extra trauma is niet de bedoeling. Blijf dicht bij jezelf en bij je eigen gevoel en zoek vooral naar iemand die luistert en je ziet en erkent in je anders zijn, sneller zijn, dieper denken. Blijf weg van behandelaren die je als een bedreiging zien, omdat je slimmer bent dan zij, of die proberen je in hokjes en vakjes te laten passen. Zoek iemand die authentiek is, verantwoordelijkheid neemt voor zijn/haar handelen, fouten of onwetendheden durft toe te geven en je autonomie op elk moment respecteert. Iemand die naast je komt zitten, en niet boven je gaat staan.”

“Wees niet bang om te staan voor wat jij nodig hebt. Ook als dat anders is dan voor andere mensen. En blijf zoeken tot je de hulp krijgt die je nodig hebt. Hoe sterk je cognitief ook bent, vaak zijn ook emotionele, lichaamsgerichte en creatieve therapieën heel helpend.

Doe het niet in je eentje. Er zijn echt andere mensen die je ook begrijpen. Kijk bijvoorbeeld bij HB-cafés, HB-appgroepen en herstelacademies.”

*****

8. Welk advies wil je ten slotte GGZ-behandelaren meegeven die met hoogbegaafden werken?

“Vraag, vraag, vraag door en neem dingen niet vooraf aan. Werk zoveel mogelijk multidisciplinair; dan komen alle aspecten professioneel aan de orde en wordt er niets gemist of verkeerd geïnterpreteerd. Veel symptomen komen bij diverse labels voor. HB wordt snel genegeerd, omdat het geen officiële diagnose volgens de DSM is.”

“Luister. Erken het sneller/anders/grondiger denken van de HB. Wees authentiek en integer. Geef toe als je iets niet weet in plaats van aan de cliënt te laten uitschijnen dat die vreemd of bizar of niet ok is. Kom afspraken en timing na, neem verantwoordelijkheid als iets niet lukt. Wees ook eerlijk als je zelf aanvoelt dat je je cliënt niet verder kan helpen. Respecteer de autonomie van je cliënt. Geen smalltalk, geen prietpraat, geen feel-good talk, maar kom snel tot de kern.”

“Vaak hoor ik dat hulpverleners, in de reguliere zorg alsmede in de GGZ, 20-30 jaar geleden zijn opgeleid en toch niet de nieuwste stand van zaken hebben meegekregen. Dan komen er toch weer verkeerde beelden over HB en autisme naar voren.”

“Bij HB is in mijn ervaring vaak niet meegenomen dat onverklaarbare fysieke klachten echt zijn (door hoogsensitiviteit) en dat een psycholoog die niet kan wegtoveren. Maar als de reguliere zorg het niet kan aantonen/begrijpen, wordt de psycholoog automatisch in beeld gebracht. Zodra het maar even kan, wordt steeds ACT ingezet als men het niet meer weet.”

“Hoogbegaafdheid komt voor in verschillende vormen. Het is belangrijk open te staan voor intelligentie anders dan het clichébeeld van een wonderkind dat goed kan rekenen. Als het niet klikt met een cliënt, neem op tijd actie om een betere match voor deze persoon te vinden. En: zorg dat diegene zich geen ‘freak show’ voelt. Ik heb misschien wel van twintig verschillende hulpverleners te horen gekregen dat ik zo’n bijzondere/bizarre combinatie van problemen ben (en dat ze twijfelen of ze me kunnen helpen).”

“Ben je zelf niet hoogbegaafd, leer de doelgroep dan kennen. Lees je in, ga naar HB-cafés, volg mensen op social media. Wees je bewust van de stigma’s die op hoogbegaafdheid rusten (en blijf daar bij weg). Maak echt contact met de persoon die voor je zit. Kijk niet alleen naar de standaardprotocollen; die werken niet per se altijd even goed voor deze doelgroep.

Erken dat hoogbegaafde mensen de wereld vaak anders beleven. Dit kan tot essentiële eenzaamheid leiden. Zorg dat je op de hoogte bent van plekken waar cliënten andere hoogbegaafde mensen kunnen ontmoeten. Bijvoorbeeld herstelacademies/recovery colleges.”

“Waar bij kinderen wordt gekeken: komt dit gedrag voort uit een mismatch met de omgeving (onderwijs en sociale contacten) of uit het kind zelf (bijv. bij mogelijke dubbeldiagnose HB en ADD?) en waar bij kinderen dan eerst onderwijs wordt aangepast en daarna opnieuw gekeken wordt hoe het contact met peers verloopt, heb ik dat in de volwassenpsychiatrie eigenlijk niet terug zien komen (speelt dit 'probleem' in alle relaties of alleen in mismatches met de omgeving (werk, sociale contacten)?” 

“Blijf nieuwsgierig naar je cliënt/patiënt; niets is wat het lijkt en je weet niet wat je niet weet. Een advies: ‘ga ervan uit dat je elkaar niet begrijpt’ vond ik ook een mooi handvat. En onbegrepen is iets anders dan niet goed. Ik denk dat als je beiden het anders ‘zijn’ en ‘werken’ kunt omarmen in plaats van als tekortkoming van één van beiden te zien, je een cliënt veel handvatten kunt geven voor het verdere leven.”

Volgende
Volgende

Interview met nieuw bestuurslid Mirjam van Haaren