Wat weten we?
Tot op heden is er nog weinig onderzoek naar de prevalentie, diagnostiek, misdiagnostiek en behandeling van mensen die zowel hoogbegaafd zijn als kampen met een psychiatrische stoornis. Ook over hoe we preventief mensen die hoogbegaafd zijn kunnen helpen om te voorkomen dat ze psychiatrische problemen krijgen is weinig bekend.
Hieronder vind u een overzicht van literatuur die al wel beschikbaar is over dit onderwerp. Mocht u literatuur kennen die zowel over hoogbegaafdheid als de psychiatrie gaat en die hier ontbreekt dan horen we dat graag.
Per onderdeel vindt u een overzicht van artikelen en boeken over dat onderwerp.
Beeldmateriaal
Onder handige links vindt u andere websites waar aanvullende informatie te vinden is, en ook een groeiende verzameling podcasts.
Onze YouTube-lijst bevat filmpjes die te maken hebben met psychiatrie en hoogbegaafdheid, samengesteld door het LKPHB; deze zal regelmatig geüpdatet worden.
Artikelen over hoogbegaafdheid
Maandblad Nederlands Instituut van Psychologen (NIP); Jaargang 58, nr.2, februari 2023.
In dit themanummer over hoogbegaafdheid wordt het onderwerp hoogbegaafdheid vanuit allerlei perspectieven belicht. Een prachtige manier om een groot aantal professionals in de GGZ in contact te brengen met dit vaak onderbelichte onderwerp.
Artikelen:
Marcel Veerman bespreekt de verschillende theorieën over de oorsprong en de aard van hoogbegaafdheid, met een uitsplitsing tussen ‘potentiële hoogbegaafdheid’ (de aanleg voor uitzonderlijk presteren is aanwezig) en ‘actuele hoogbegaafdheid’ (daadwerkelijke excellente prestaties door langdurige, toegewijde inzet en moeite) en de combinatie daarvan. Ook de rol van metacognitie daarin wordt belicht.
Pleun van Vliet en Jessica Schaaf bespreken in hun artikel hoe ingewikkeld het is om hoogbegaafdheid middels de in Nederland gangbare IQ-test bij volwassenen (de WAIS-IV-NL) betrouwbaar vast te stellen. Dit heeft onder andere te maken met een onvoldoende passende normering bij een TIQ>130 en verschillen in de probleemaanpak tussen hoogbegaafde en niet hoogbegaafde personen. Ze adviseren om tot aanvullende handreikingen te komen over de afname en interpretatie van de WAIS-IV-NL bij hoogbegaafdheid.
Tot slot bespreekt Kristel Szakály-Starke enkele wijdverbreide mythes over hoogbegaafde volwassenen binnen de GGZ, zoals dat alle hoogbegaafden zouden willen pochen met hun hoge intelligentie, sociaal-emotioneel doorgaans achterlopen, niet bij hun gevoel kunnen komen en lastig(e cliënten) zijn. Ze daagt de lezer met diverse voorbeelden uit om met andere ogen naar de hoogbegaafde GGZ-patiënt te kijken, en de hoogbegaafdheid mee te wegen in de beoordeling van psychische klachten en in de behandeling.
Portretten:
In een drietal portretten van hoogbegaafde volwassenen lezen we over hun specifieke ervaring met hun kenmerken van hoogbegaafdheid. Ze vertellen openhartig over de zoektocht die vooraf is gegaan aan de ontdekking van hun hoogbegaafdheid, en wat die kennis hen heeft opgeleverd.
Interviews:
Noks Nauta vertelt in het eerste interview over haar persoonlijke en professionele ervaringen als hoogbegaafde op de werkvloer, en haar beweegredenen om zich hard te maken voor het onderwerp hoogbegaafdheid en voor het Instituut HoogBegaafdheid Volwassenen (IHBV).
In een tweede interview vertelt Lianne Hoogeveen over haar visie op talent, en hoe potentieel talent in het onderwijs maximaal kan worden herkend en tot zijn recht kan komen.
In een ‘Forum Hoogbegaafdheid’ discussiëren Pedro De Bruyckere, Wendy Haanschoten en Esther Roelfsema over verschillende aspecten van hoogbegaafdheid, onder leiding van Vittorio Busato en Marcel Veenman. Er komt aan de orde wat het belang is van kennis over hoogbegaafdheid in de GGZ, naast diverse thema’s rondom onderwijs aan hoogbegaafden.
Boeken over hoogbegaafdheid
Verschillende schrijvers (2004). Creativity and giftedness.
Clarey, A. (2016). Curse of the High IQ
Lovecky, D.V. (2004). Different Minds.
Falck, S. (2020). Extreme Intelligence: Development, Predicaments, Implications.
Kieboom, T. & Venderickx, K. (2017). Meer dan intelligent.
Ven, van de R. (2021). Hoogbegaafd in praktijk.
Kooijman – van Thiel, M. (2008). Hoogbegaafd, dat zie je zo.
Nauta, N. & Schouwstra, I. (2020). Hoogbegaafde senioren.
Hoof, E. (2016). Hoogsensitief.
Daniels, S. & Piechowski, M. (2008). Living with intensity.
Webb, J.T. (2013). Searching for meaning.
Haier, R.J. (2016). The neuroscience of intelligence.
Prober, P. (2016) Your rainforest mind.
Frumau, M. (2022). Hoogbegaafdheid, emotionele ontwikkeling bij kinderen en (jong)volwassenen.
Thiel, van M. & Slief-Boom, I. (2020). Kracht en Kwetsbaarheid.
Dewulf, L. (2025). Hoogbegaafd zijn.
Springer, E. (2025). Hoogbegaafdheid in beeld, een veelzijdig handboek.
Gently, P.L. (2024). Intersection of intensity, exploring giftedness and trauma.
Tellings, F. (2025). Briljante breinen ontgrendeld.
Bok, L. (2023). Had ik dit maar eerder geweten over ACT & hoogbegaafdheid
Geysen, T. e.a. (2026). Diep gedacht en intens gevoeld; Verhalen van hoogbegaafde vrouwen
Hartmans, A. (2026). Begrijp me goed. Het verlangen naar verbinding bij hoogbegaafde kinderen.
Recensie:
Begrijp me goed. Het verlangen naar verbinding bij hoogbegaafde kinderen. Hartmans, A. (2026) IVID-uitgeverij
Het boek begint met een verduidelijking van de term die de schrijfster in haar boek veelal gebruikt: ze heeft het over IVID-kinderen (Intens Voelend, Intens Denkend) waarmee ze woorden wil geven aan een bepaalde, voor veel ouders herkenbare, belevingswereld en aan de intensiteit waarmee sommige kinderen denken en voelen. Hoogbegaafdheid speelt daarin veelal een belangrijke rol, maar de begrippen zijn voor de schrijfster niet inwisselbaar.
Aan de hand van drie delen (leren denken, leren voelen en leren leven), wil Hartmans de mismatch in de ontwikkeling van IVID-kinderen adresseren en handvatten bieden om dit te voorkomen dan wel te herstellen en te helen.
Zoals veel boeken over hoogbegaafdheid is het ontsproten uit een eigen mismatch met de omgeving: een niet erkende hoogbegaafdheid of intens zijn van de schrijfster. Zo beschrijft Hartmans dat ze een absolute kampioen observeren was en van daaruit deduceerde hoe ze moest zijn, in plaats van haar eigen wensen en behoeftes te volgen. Voor veel hoogbegaafden (en overigens ook voor veel niet-hoogbegaafden) een bekend verhaal. Een reeks aan gebeurtenissen waarbij je je niet gezien of gehoord voelt (ook wel cumulatief microtrauma genoemd), leidt tot een intern besluit. In het geval van de schrijfster: ik ga een voorbeeldig kind worden. Maar daarmee introduceert de schrijfster meteen het grote conflict dat bij veel hoogbegaafden / IVID-mensen speelt: hoe ga je dan om met het intense denken, voelen en zijn? Hoe vind je een weg tussen je intense binnenwereld en de buitenwereld?
Het boek ‘Begrijp me goed’ doet een goede poging om de belevings- en behoeftewereld van IVID-kinderen (maar voor volwassenen is er genoeg uit te halen) te beschrijven om er zo beter mee om te leren gaan, met name als ouder en leerkracht.
Zoals gezegd doet het boek dit aan de hand van drie delen, maar ook aan de hand van vignetten van 4 kinderen, ieder met hun eigen, in het veld herkenbare oplossingen voor het innerlijke conflict: aanpassen, hulpeloos raken of rebels worden. Wat ze gemeen hebben? Een diepe, maar voor de buitenwereld afgesloten ervaren eenzaamheid: jezelf zijn, maar er ook bij willen horen. En dat in een wereld die zo weinig overeen lijkt te komen met hoe jij die ziet.
Hartmans beschrijft vervolgens hoe trauma (met grote en kleine T) inwerkt op het brein en de angst- en emotieregulatie. Dit is geen onbekende kost en hoort ook thuis in dit boek, maar heel vernieuwend is het niet. Voor de ouder en leerkracht (waar het boek vooral voor geschreven is) wordt het heel begrijpelijk uiteengezet, maar voor GGZ-professional zal dit weinig nieuws toevoegen over hechting, window of tolerance of veilig voelen. Sterker nog, de schrijfster leent de basisbehoeften uit de Schematherapie en de stoplicht-methode (rood-oranje-groen). Nogmaals: noodzakelijk en helpend om te weten, maar dit alles wordt al ingezet bij veel niet-hoogbegaafden. Interessanter zou de vraag of de bespreking zijn of en hoe dit anders voor hoogbegaafden zou zijn. Hebben zij andere basisbehoeften? Hebben zij iets werkelijk anders nodig in de emotieregulatie?
De boodschap is helder. Wat helpt is: echt nabij zijn met aandacht, echt luisteren, echt verbinden, door maskers heen prikken, je eigen kennis en gevoel gebruiken in contact, bewust zijn van je eigen valkuilen als ouder of leerkracht: het wordt allemaal heel toegankelijk beschreven en is uiterst belangrijk in de opvoeding van elk / een hoogbegaafd kind.
Dan gaat Hartmans (gelukkig) nog een stukje verder als ze de lezer uitnodigt om mee te gaan naar de bodem van de oceaan, werkelijk de diepte in. Ze beschrijft helder invoelend hoe de angstige, donkere wereld met onbekende zeedieren de angst om te duiken (te freediven) ingeeft of ervoor zorgt dat je bij de aanraking met het eerste zeemonster weer snel omhoog zwemt. Waarbij de donkerte en de zeemonsters analoog aan pijn en moeilijke gevoelens staan. De de ware kunst van het begeleiden van beschadigde kinderen is: mee durven te duiken, mee durven te zitten op de bodem en dáár werkelijk beschikbaar zijn. Het is mooi hoe Hartmans beschrijft hoe ouders een voorbeeld kunnen zijn in het omgaan met hun eigen monsters en het kind toestemming, aanmoediging en vertrouwen kunnen geven om deze spannende taak in zichzelf aan te vangen. De vignetten die Hartmans hierna beschrijft geven het meer handen en voeten en je kunt als een vlieg aan de muur volgen hoe deze processen in de praktijkruimte van de schrijfster vorm krijgen als begin van heling en transformatie.
Daar op de bodem van de oceaan zijn echter niet alleen monsters te vinden, maar liggen ook de schatten verborgen. Hartmans beschrijft hoe in de theorie van de positieve desintegratie van Dabrowski conflict een voedingsbodem voor groei kan zijn (in plaats van hoe de GGZ vaak wil dat iemand van klachten afkomt en zo terug gaat naar een ogenschijnlijk conflictloos bestaan). Maar ze gaat nog een stapje verder: ook beschrijft ze kort de theorie van Internal Family Systems (IFS) van Dick Schwartz en hoe je hieruit een houvast kunt vinden in een complexe binnenwereld. Het voert voor hier te ver om deze laatste theorie helemaal uit te diepen, maar deze manier van kijken en werken zal de komende jaren mogelijk aan populariteit winnen in de hulpverlening, ook bij die aan hoogbegaafden omdat IFS vaak recht doet aan de vele verschillende delen in iemand en de complexe onderlinge samenwerking als systeem.
Tegen het einde van het boek, grijpt Hartmans weer terug op de meer algemene theorieën die voor iedereen gelden zoals de Polyvagaal theorie en het mentaliseren (spiegelen en containment, of zoals de schrijfster het omschrijft: mind-minded opvoeden) als hulpmiddelen voor de begeleiding. Opnieuw: niet verkeerd, goed toepasbaar en broodnodige kennis, maar ook hier mist het meer specificiteit voor de hoogbegaafde.
Je blijft als lezer wel achter met een goed gevoel. De vier beschreven kinderen hebben ieder op hun eigen manier hun monsters verslagen en hebben nieuwe handvatten om het leven en de ongemakken hiervan aan te gaan. De eindboodschap: ongemak hoeft geen reden voor terugtrekken (meer) te zijn, maar heeft groeikansen in zich. Wel natuurlijk als veiligheid, verbinding en vertrouwen als basis aanwezig is of door ouders en/of hulpverlening verworven is.
Hartmans heeft concluderend een helder en verzadigd boek geschreven dat niet alleen stoelt op bekende theorieën, maar deze ook in de handvatten en vignetten tastbaar en toepasselijk maakt. De betrokkenheid en welwillendheid van de schrijfster om haar boodschap over te brengen is aanstekelijk en vertrouwenwekkend. Het is alsof ze tegen de lezer wil zeggen ‘je kunt dit!’ en met dat gevoel blijf je dan ook als lezer achter.
Door: Rogier Poels
Artikelen over hoogbegaafdheid en psychiatrie
Williams, C. M., Peyre, H., Labouret, G., Fassaya, J., García, A. G., Gauvrit, N., & Ramus, F. (2022). High intelligence is not associated with a greater propensity for mental health disorders. European Psychiatry, 66(1), e3 (published online 2022 Nov 18).
Jaeqx-van Tienen L., Roelfsema E. & Van Zonneveld M. (2023). Hoogbegaafdheid in de psychiatrie. Nurse Academy GGZ, nummer 2; www.nurseacademy.nl
The interface of overthinking, anxiety, and shame among gifted children (sengifted.org) by Gail Post
Tijdschrift ‘De Psycholoog’, themanummer Hoogbegaafdheid
Whitepaper autisme en/of hoogbegaafdheid. Autisme Expertisecentrum (AEC), januari 2022.
Recensie van Williams et al. door P. Marti, GZ-psycholoog
Toelichting op ‘The interface of…’ door Gail Post
Boeken over hoogbegaafdheid en psychiatrie
Webb J.T. et al. (2020). Misdiagnose en dubbeldiagnose bij hoogbegaafdheid; onderscheid en overlap met bijkomende (psychische) problematiek.
Verschillende schrijvers. (2004). Twice-exceptional and special populations of gifted students.
Buijsen – Duran, Y. (2015). Talent-vaardig.
Prober, P. (2016). Your rainforest mind.
Hoiting, L. & Nauta, N. (2022). Hoogbegaafde hulpzoekers – Wanneer je er zelf niet uitkomt.
Frumau, M. (2022), Hoogbegaafdheid, emotionele ontwikkeling bij kinderen en (jong)volwassenen
Gently, P.L. (2024). Intersection of intensity, exploring giftedness and trauma.
Bok, L. (2025). Had ik dit maar eerder geweten over ACT & hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid, emotionele ontwikkeling bij kinderen en (jong)volwassenen; Toolbox voor de praktijk.
M. Frumau (2022), Bohn Stafleu van Loghum.
De toevoeging “Toolbox voor de praktijk” in de titel doet dit boek zeker eer aan. Dit dunne, overzichtelijke boek biedt diverse modellen, schema’s en overzichten die je als hulpverlener direct kunt toepassen in de behandeling van hoogbegaafde mensen, ongeacht hun leeftijd.
Na een korte introductie over hoogbegaafdheid gaat het boek al snel over op de onderbouwing van het POSI-model (zie onder) en de dialoogtoolbox. Dit is een verademing, aangezien veel andere boeken uitgebreid ingaan op de theorie van hoogbegaafdheid voordat ze toekomen aan de praktische inhoud. Met dit boek duik je echter meteen de diepte in. Ben je nieuw op het gebied van hoogbegaafdheid en wil je eerst meer algemene kennis opdoen, dan kun je overwegen om eerst een ander boek te lezen. Toch bieden de vele voorbeelden en de grondige onderbouwing in dit boek ook voldoende inzicht in de verschillende uitdagingen waarmee hoogbegaafde mensen vaak te maken hebben. Deze voorbeelden worden direct gekoppeld aan praktische tools die je kunt inzetten.
Het POSI-model beschrijft hoe je samen met een persoon diens krachten (Potentials), kansen (Openings), obstakels (Shackles) en ontwikkelpunten (Inadequacies) in kaart kunt brengen, in het Nederlands afgekort tot KOKO. Dit vormt een solide basis voor een gesprek, maar ook bijvoorbeeld voor het opstellen van een persoonlijke, beschrijvende diagnose waarin zowel de helpende als de uitdagende factoren worden belicht.
Naast het POSI-model vind je verschillende werkbladen die je samen met de cliënt kunt invullen, zoals de ontwikkelingsleeftijden op verschillende vlakken, wat nuttig is bij iemand waarbij je een asynchrone ontwikkeling vermoedt. Verder is er het Goodness of Fit-werkblad, waarmee je kunt beoordelen hoe goed de huidige omgeving aansluit bij wat iemand nodig heeft, en een werkblad voor een traumatijdlijn. Al deze werkbladen zijn ook te downloaden, zodat je ze gemakkelijk kunt inzetten.
Kortom, dit is een zeer handzaam en praktisch boek, vol goede onderbouwingen, uitleg en voorbeelden die zowel in de tekst als in de vele uitnodigende afbeeldingen en schema’s worden gepresenteerd. Hoewel het boek dun is, bevat het een schat aan informatie die elke behandelaar van hoogbegaafde mensen kan helpen om een goed gesprek aan te gaan en meer zelfinzicht te verschaffen. Daarnaast zijn het POSI-model en bijvoorbeeld de traumatijdlijn ook bij andere cliënten te gebruiken.
Artikelen over kinder- & jeugdpsychiatrie en hoogbegaafdheid
Corrieke Buist-Veurink, Margreet Heek-Veldhuizen, Judith Kertai, Geke Maes-van Buiten & Wietske Vriezen. De WISC-V-NL bij hoogbegaafde kinderen. TvO 2020-5
Williams, C. M., Peyre, H., Labouret, G., Fassaya, J., García, A. G., Gauvrit, N., & Ramus, F. (2022). High intelligence is not associated with a greater propensity for mental health disorders. European Psychiatry, 66(1), e3 (published online 2022 Nov 18).
Jaeqx-van Tienen L., Roelfsema E. & Van Zonneveld M. (2023). Hoogbegaafdheid in de psychiatrie. Nurse Academy GGZ, nummer 2; www.nurseacademy.nl
The interface of overthinking, anxiety, and shame among gifted children (sengifted.org) by Gail Post
Recensie van Williams et al. door P. Marti, GZ-psycholoog
Toelichting op ‘The interface of…’ door Gail Post
Boeken over kinder- & jeugdpsychiatrie en hoogbegaafdheid
Berens, H., Reijers, L. & Oskam, D. (2021). Basisboek hoogbegaafde adolescenten.
Kennedy, D.K. (2011). Bright not broken.
Webb, J.T. e.a. (2013). De begeleiding van hoogbegaafde kinderen.
Willis J. A. e.a. (2009). Inspiring middle school minds.Williams, C. M., Peyre, H., Labouret, G., Fassaya, J., García, A. G., Gauvrit, N., & Ramus, F. (2022). High intelligence is not associated with a greater propensity for mental health disorders. European Psychiatry, 66(1), e3 (published online 2022 Nov 18).
Gaesser, A.H. (2014). Interventions to reduce anxiety for gifted children and adolescents.
Guare, e.a. (2015). Slim maar…, pubereditie.
Kerr, B. & Cohn, S. (2001). Smart boys.
Hartmans, A. (2026). Begrijp me goed. Het verlangen naar verbinding bij hoogbegaafde kinderen.
Hoogbegaafdheid, emotionele ontwikkeling bij kinderen en (jong)volwassenen; Toolbox voor de praktijk.
M. Frumau (2022), Bohn Stafleu van Loghum.
De toevoeging “Toolbox voor de praktijk” in de titel doet dit boek zeker eer aan. Dit dunne, overzichtelijke boek biedt diverse modellen, schema’s en overzichten die je als hulpverlener direct kunt toepassen in de behandeling van hoogbegaafde mensen, ongeacht hun leeftijd.
Na een korte introductie over hoogbegaafdheid gaat het boek al snel over op de onderbouwing van het POSI-model (zie onder) en de dialoogtoolbox. Dit is een verademing, aangezien veel andere boeken uitgebreid ingaan op de theorie van hoogbegaafdheid voordat ze toekomen aan de praktische inhoud. Met dit boek duik je echter meteen de diepte in. Ben je nieuw op het gebied van hoogbegaafdheid en wil je eerst meer algemene kennis opdoen, dan kun je overwegen om eerst een ander boek te lezen. Toch bieden de vele voorbeelden en de grondige onderbouwing in dit boek ook voldoende inzicht in de verschillende uitdagingen waarmee hoogbegaafde mensen vaak te maken hebben. Deze voorbeelden worden direct gekoppeld aan praktische tools die je kunt inzetten.
Het POSI-model beschrijft hoe je samen met een persoon diens krachten (Potentials), kansen (Openings), obstakels (Shackles) en ontwikkelpunten (Inadequacies) in kaart kunt brengen, in het Nederlands afgekort tot KOKO. Dit vormt een solide basis voor een gesprek, maar ook bijvoorbeeld voor het opstellen van een persoonlijke, beschrijvende diagnose waarin zowel de helpende als de uitdagende factoren worden belicht.
Naast het POSI-model vind je verschillende werkbladen die je samen met de cliënt kunt invullen, zoals de ontwikkelingsleeftijden op verschillende vlakken, wat nuttig is bij iemand waarbij je een asynchrone ontwikkeling vermoedt. Verder is er het Goodness of Fit-werkblad, waarmee je kunt beoordelen hoe goed de huidige omgeving aansluit bij wat iemand nodig heeft, en een werkblad voor een traumatijdlijn. Al deze werkbladen zijn ook te downloaden, zodat je ze gemakkelijk kunt inzetten.
Kortom, dit is een zeer handzaam en praktisch boek, vol goede onderbouwingen, uitleg en voorbeelden die zowel in de tekst als in de vele uitnodigende afbeeldingen en schema’s worden gepresenteerd. Hoewel het boek dun is, bevat het een schat aan informatie die elke behandelaar van hoogbegaafde mensen kan helpen om een goed gesprek aan te gaan en meer zelfinzicht te verschaffen. Daarnaast zijn het POSI-model en bijvoorbeeld de traumatijdlijn ook bij andere cliënten te gebruiken.
Artikelen over volwassenen-psychiatrie en hoogbegaafdheid
Williams, C. M., Peyre, H., Labouret, G., Fassaya, J., García, A. G., Gauvrit, N., & Ramus, F. (2022). High intelligence is not associated with a greater propensity for mental health disorders. European Psychiatry, 66(1), e3 (published online 2022 Nov 18).
Jaeqx-van Tienen, L., Roelfsema, E. & Van Zonneveld M. (2023). Hoogbegaafdheid in de psychiatrie. Nurse Academy GGZ, nummer 2; www.nurseacademy.nl
Recensie van Williams et al. door P. Marti, GZ-psycholoog
Toelichting op Jaeqx-van Tienen et al. door Gail Post
Boeken over volwassenen-psychiatrie en hoogbegaafdheid
Hoiting, L. & Nauta, N. (2022). Hoogbegaafde hulpzoekers – Wanneer je er zelf niet uitkomt.
Nauta, N. & Schouwstra, I. (2020). Hoogbegaafde senioren.
Aron, E. (2010). Hoogsensitiviteit in psychotherapie.
Mendaglio, S. e.a. (2007). Models of counseling.
Sprey, A. (2020). Praktijkboek hoogbegaafdheid in psychotherapie.
Klaaysen, S. (2020). Prikkels bijten niet.
Webb, J.T. (2013). Searching for meaning; Idealism, bright minds, disillusionment and hope.
Artikelen over preventie van psychiatrische stoornissen bij hoogbegaafden
Toelichting op ‘The interface of…’ door Gail Post